Onze blijdschap en roeping

Wij vinden als gemeente onze diepste vreugde en blijdschap in de glorie van de Here Jezus Christus.
Deze blijdschap gaat alles te boven en bewerkt in ons een verlangen om te leven in volledige
overgave aan Jezus Christus die voor ons gestorven is.

Wij geloven dat de mens gemaakt is om Gods heerlijkheid te dragen. Door onze zonde schieten we
hierin te kort. Door bekering en wedergeboorte worden wij weer spiegels van Gods heerlijkheid.
Hierin ligt onze blijdschap en roeping.


1. Wij geloven dat de mens gemaakt is om Gods heerlijkheid te dragen;
“En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen
over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele
aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.” (Genesis 1:26, NBG51)

2. Door onze zonden schieten we hierin te kort;
“Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods,” (Romeinen 3:23, NBG51)

3. Door bekering en wedergeboorte;
“En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van
Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes
ontvangen.” (Handelingen 2:38, NBG51)

En;

“Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom
geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.” (Johannes 3:3, NBG51)

4. Worden wij weer spiegels van Gods heerlijkheid;
“En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des
Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid,
immers door de Here, die Geest is.” (2 Corinthiërs 3:18, NBG51)

5. Hierin ligt onze blijdschap en onze roeping;
“7 Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. 8 Voorzeker, ik acht
zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om
zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge
winnen,” (Filippenzen 3:7-8, NBG51)


“Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot
eeuwigheid! Amen.” (Efeziërs 3:21, NBG51)